Wintertips

Wintertips buitendieren
Niet alleen onze huisdieren hebben extra aandacht en verzorging nodig tijdens de winterperiode, maar ook buitendieren. In de winterperiode worden buitendieren geconfronteerd met verminderde voedselvoorraden en bevroren waterbronnen, waardoor het moeilijker voor hen wordt om te overleven. Hieronder volgt een aantal tips om (buiten)dieren, indien nodig, extra verzorging te geven.

Huisdieren en verzorging

Honden

Ook honden die buiten komen hebben extra verzorging nodig tijdens de winterperiode. Hieronder volgt een aantal handige tips:

  • Inde wintermaanden hebben de poten van honden extra aandacht nodig. De eeltkussentjes zullen eerder beschadigen, omdat ze door de kou minder veerkrachtig zijn. Door ze in te smeren met teer worden wondjes gedichten de zooltjes verhard. Deze teer is verkrijgbaar bij de dierenarts.
  • Pekel is niet goed voor hondenpoten. Smeer de voetzolen van de hond in met vaseline om ze tegen de pekel te beschermen.
  • Het is gevaarlijk om honden op het ijs te laten. Ze zijn zelf niet in staat om te beoordelen of het ijs wel of niet betrouwbaar is. Daarnaast is ijs erg glad, waardoor ze uitglijden en met hun poten in 'spagaat' terechtkomen. Ernstige blessures van banden en spieren kunnen het gevolg zijn.
  • Laat honden geen sneeuw eten, dit is erg slecht voor hun maag.
  • Alle honden kunnen probleemloos worden meegenomen voor een stevige winterse wandeling. Het is wel belangrijk dat ze flink in beweging blijven zodat ze niet te veel afkoelen.
  • Honden kunnen zelf niet inschatten of ijs betrouwbaar is. Laat uw hond daarom niet zomaar het ijs opgaan.

Konijnen

  • Huisvesting Konijnen zijn sterke dieren die zich goed kunnen aanpassen aan (extreme) koude. In de herfst ontwikkelen ze een dikke isolerende vacht en vachtkussentjes onder hun pootjes om de kou niet door te laten dringen. Een konijn kan dus prima buiten blijven, als hij maar een goed hok heeft met een dikke wand, dak en bodem. De wind mag het hok niet inblazen en het mag niet tochten. Het hok moet droog zijn en voldoende, extra stro bevatten om zich lekker in te nestelen. Binnenhalen van konijnen die gewend zijn om buiten te leven, is niet zo verstandig. Het is binnen immers te warm voor een konijn met een dikke wintervacht. Je kunt het konijn wel een plaats geven in de schuur of andere koele ruimte, mits er geen uitlaatgassen zijn. Ook is het erg belangrijk dat er een raam open kan voor ventilatie en dat het er niet donker is. Ook konijnen hebben behoefte aan daglicht! Konijnen en knaagdieren kunnen ziek worden door tocht. Ook grote temperatuurverschillen kunnen funest zijn voor de kleine knagers. Daarom is het van belang te zorgen voor een goede standplaats van het hok. Verplaats het hok nooit ineens van een koude naar een warme ruimte (of andersom). Zet het hok nooit boven de verwarming of dicht bij een andere hittebron.
    De wind mag het hok niet inblazen. Het nachthok moet tocht- en waterdicht zijn.
    Zorg voor extra stro, waar het konijn zich lekker in kan nestelen.
  • Voeding Goede voeding is in de winter ook heel belangrijk, soms wel belangrijker dan in de zomer. Als eerste is goede voeding belangrijk voor een volle vacht en ten tweede kan er een goede vetlaag worden gemaakt, die kan helpen om de warmte te isoleren. Geef konijnen extra hooi en goed groenvoer. Leg bijvoorbeeld andijvie in het hok en niet in de ren, omdat het dan bevriest. Let er bij konijnen ook op dat het water niet bevroren raakt, dus ververs het regelmatig!

Katten
Katten hebben een hekel aan kou. Het liefst liggen ze de hele dag bij de verwarming. Buiten gaan ze creatiever om met het zoeken naar een warme slaapplaats. Dit kan de schuur zijn van de buren, maar ook onder de motorkap van de auto...

  • Zorg dat het kattenluikje werkt, zodat de kat naar binnen kan en niet elders hoeft te overnachten.
  • Klop op de motorkap, voordat u de auto start, zodat de kat tijd heeft om te vertrekken.

Dieren in de tuin

  • Laat gezonde egels vooral met rust. Alleen zieke of zwakke dieren kunt u verzorgen en/of bijvoeren. Geef in ieder geval nooit melk te drinken, alleen water op een lage schaal. U kunt ze bijvoeren met bijvoorbeeld een blikje kattenvoer of bruin brood en fruit.
  • Zieke, aangereden of moederloze egeljongen moeten naar een egelasiel. In twijfelgevallen kunt u bellen met de De Egelopvang in Roosendaal Lavadijk 297, 4706 KZ telefoon 0165 - 559445.
  • Vogels moet u nooit voer geven waarin zout is verwerkt. Hierdoor kan uitdroging optreden die onvoldoende met vocht kan worden gecompenseerd. Ook margarine is uit den boze omdat het laxerend werkt. Kaas moet u zonder het schadelijke plastic randje voeren.
  • Laat noten, broodkruimels en kaas achter op een voederplank die onbereikbaar is voor natuurlijke vijanden van vogels. Ook drinkwater mag niet ontbreken op een voederplaats. 
  • Dek het water tijdens een strenge winter wel af met een stuk gaas, zodat de vogels niet kunnen gaan badderen en dus niet kunnen bevriezen.
  • Vetbollen voor vogels zijn te koop in de supermarkt en dierenwinkels, maar u kunt ze ook makkelijk zelf maken. Vermeng zaden (zonnepitten, maanzaad en hennepzaad) met broodkruim en gesmolten reuzel. Laat het stollen en stop het in een netje, knoop het dicht en hang het buiten in een struik of aan de voederplank op.
  • Op het water overnachtende vogels kunnen 's nachts (en bij strenge vorst overdag) vastvriezen aan het ijs. Probeer ze nooit van het ijs los te trekken, maar probeer ze met een stukje ijs rondom hun lichaam of poten voorzichtig los te maken. Breng ter voorkoming van het vastvriezen een strolaag rond wakken op het ijs aan.
  • Zorg ervoor dat de vijver niet bevriest, zodat kikkers en vissen zuurstof kunnen krijgen. Hak het ijs niet aan stukken en gooi geen kokend water op het ijs, hierdoor kunnen de vijverbewoners gewond raken.
  • Hark de bladeren uit de tuin de perken in, ruim het blad niet op. Allerlei dieren kunnen zich onder de bladeren verschuilen tijdens de winter.

Hobbydieren en verzorging

  • Hobbydieren (pony’s, paarden, geiten, schapen, koeien etc., die bij wijze van hobby worden gehouden) die buiten worden gehouden, zijn bestand tegen de winter zolang ze voldoende voer van de juiste kwaliteit krijgen. Voer is de brandstof voor de 'kachel" en als het koud is moet die nu eenmaal harder branden. Een andere harde voorwaarde is drinkwater. Vooral als het vriest moet dat dagelijks vers aangevoerd worden. Sommige mensen denken dat vers drinkwater niet nodig is als er sneeuw ligt, maar dat is niet waar. Een jong rund drinkt zo'n 25 liter water per dag, dus dan heb je het over 25 kilo sneeuw! En natuurlijk is een plek om te schuilen tegen koude wind en regen onontbeerlijk.
  • Kou is voor de meeste landbouwdieren geen probleem, mits ze ook in de nazomer en de herfst buiten hebben gestaan. Dan hebben ze immers een dikke wintervacht. Die isoleert zo goed, daar kan geen winterjas tegenop. Een dier dat gewend is buiten te zijn kan probleemloos tegen twintig graden vorst. De bloedsomloop in de poten van dieren is minimaal, waardoor er geen lichaamswarmte verloren gaat in de koude grond. De hoefjes of klauwen isoleren nog eens extra.
  • Als dieren enkele dagen zonder water zitten, zullen ze aan het ijs gaan likken. Als u dit ziet, meld dat dan bij het Meldnummer, telefoon 0900 - 2021210 (10 ct/min). Schapen drinken in de winter weliswaar minder water, maar hebben toch ook voldoende water nodig.
  • Dwerggeitjes lopen in de winter wel eens buiten. Ze drinken, net als schapen, in de winter minder, maar ook hier geldt dat ze voldoende water nodig hebben. Ook is het belangrijk dat ze bijgevoerd worden met hooi. Melkgeiten hebben gedurende het gehele jaar veel vocht nodig.
  • Paarden ontwikkelen voor de winterperiode een wintervacht en kunnen dus best tegen wat kou. Als ze geschoren worden, is een deken noodzakelijk om ze te beschermen tegen de kou. Verder moeten paarden, als ze buiten lopen, voldoende voedsel (ruwvoer) en vers water hebben en moeten ze voldoende beschutting kunnen vinden tegen wind en regen. Te veel borstelen is niet verstandig, omdat dan de bescherming van de wintervacht af kan nemen.
  • Kippen hebben altijd wel behoefte aan frisse lucht, maar ze moeten ook naar binnen kunnen. Het verenpak van kippen kan wel tegen een buitje, maar ze moeten niet uren in de regen zitten. En ook voor kippen geldt: ruim voeren.

Wanneer moet u alarm slaan?


Dieren in de kou zijn echt niet zielig. Het is voor de dieren goed om een afdak te hebben, maar het is wettelijk niet verplicht. De Dierenbescherming eist wel een goede verzorging en een droge ligplaats. U moet alarm slaan bij de volgende situaties:

  • Als dieren er slecht uitzien, zeer mager zijn of ziek lijken.
  • Als dieren geen enkele droge ligplek hebben, ook niet achter in het land.
  • Als aan ijs in de drinkbak gelikt is, wat wijst op dorst.

Noteer in alle gevallen nauwkeurig de locatie en neem contact op met het Meldnummer 'Meld dierenleed via 144 red een dier'. In spoedgevallen neemt u contact op met de plaatselijke politie (0900-8844).

 

Nog meer tips vindt u op de site van de Landelijke dierenbescherming: http://www.dierenbescherming.nl/feestdagen