
De invloed van huisdieren op kinderen
Interview met dr. Nienke Endenburg
Bron: teddywidder.mysites.nl. Nienke Endenburg is psycholoog. Ze studeerde pedagogiek en promoveerde op een onderzoek in opdracht van de Universiteit Utrecht (faculteit Dierengeneeskunde) naar de invloed van huisdieren op kinderen. Daarmee werd haar interesse gewekt. Inmiddels houdt het onderwerp Nienke Endenburg al negentien jaar lang bezig. Ze startte een grootschalig onderzoek naar de invloed van huisdieren op kinderen. Momenteel bevindt het zich in een afrondend stadium. Medio 2007 worden de resultaten gepresenteerd.
“Het gaat niet om het hebben van een dier op zich, maar om de band die kinderen met een dier opbouwen"
De meeste kinderen hebben het hoog op hun verlanglijstje staan: een huisdier. Sommige zijn tevreden met een schildpad of vis, maar (veel) andere zetten hoger in. Zij wensen een poes, hond of ten minste een konijn. Gezellig is zo’n extra gezinslid zeker. En daarnaast zijn er nog tal van voordelen. Tenminste… dat wordt beweerd. Zo zou het verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen worden vergroot als ze een huisdier verzorgen. Ze zouden er weerbaarder van worden en het aantal vriendschappen zou toenemen. Maar is dat ook echt zo? Dr. Nienke Endenburg doet er onderzoek naar.
Zeshonderd kinderen, acht jaar lang
“Acht jaar lang hebben we zeshonderd kinderen gevolgd. Kinderen die wonen in een gezin met één of meer huisdieren, maar ook kinderen die opgroeien zónder dier in hun naaste omgeving. Iedere tweeënhalf jaar brachten we een bezoek aan deze kinderen. De ene groep zagen we voor het eerst als driejarige peuter – daarna als vijfjarige en achtjarige – bij de andere groepen startten we het onderzoek op achtjarige en dertienjarige leeftijd. De laatstgenoemde groep onderzochten we voor het laatst toen ze achttien jaar oud waren. Alle resultaten worden momenteel geïnventariseerd. Ik verwacht dat we halverwege volgend jaar het rapport kunnen presenteren.”
Een huisdier als vertrouwenspersoon
“Zolang het onderzoek niet is afgerond, kan ik geen ‘harde uitspraken’ doen over de bevindingen. Maar uit mijn ervaring en uit andere onderzoeken is gebleken dat het hebben van een huisdier wel degelijk een positieve invloed kan hebben op kinderen.
Zo kunnen kinderen die het moeilijk hebben (bijvoorbeeld door een scheiding) veel troost vinden bij een beest. Ze kunnen er hun verhaal aan kwijt en er lekker ongegeneerd bij uithuilen. Zonder dat er moeilijke vragen worden gesteld en zonder dat ze het risico lopen dat hun geheimen worden doorverteld. Een huisdier fungeert dan letterlijk als een soort vertrouwenspersoon. Om deze reden worden dieren ook steeds vaker ingezet door psychologen en in ziekenhuizen.
Om wat voor huisdier het gaat (een kat, een hond, een vogel, een konijn of een schildpad bijvoorbeeld) doet er niet toe. Het gaat niet om het dier op zich, maar om de band die een kind met zo’n dier opbouwt. En zo’n vertrouwensband kan even goed ontstaan met een vis als met een hond. De leeftijd waarop je met een dier in aanraking komt, is overigens ook niet van belang. Het is geen kwestie van hoe eerder, hoe beter.”
Nog meer voordelen
“Het hebben van een huisdier heeft meer positieve gevolgen. Het maakt een kind daadwerkelijk weerbaarder en het kan psychische klachten voorkomen. Dit heeft alles te maken met de sociale ondersteuning die een dier biedt. Er is altijd een maatje, een onvoorwaardelijke vriend. Het contact met andere kinderen wordt daarnaast ook vergemakkelijkt omdat je altijd iets hebt om over te praten. En omdat veel kinderen graag spelen bij kinderen die een huisdier hebben. Ten slotte zijn er ook fysieke voordelen. Het aaien van een dier werkt rustgevend (dat geldt ook voor het kijken naar vissen). Het kan zelfs een hartslag- en bloeddrukverlagend effect hebben. Verder is aangetoond dat kinderen die met een huisdier opgroeien minder last hebben van astma en allergieën.”
Bezint eer ge begint
“Ik wil benadrukken dat er wel altijd sprake moet zijn van een wisselwerking. Dieren kunnen een positief effect hebben op kinderen, maar het welzijn van de dieren zelf is ook heel belangrijk. Je moet dus van tevoren goed bekijken of een dier past binnen het gezin en welk dier dat dan is. Een vis of een hond, dat maakt nogal een verschil! Bekijk kritisch of je het dier iets te bieden hebt. En of je de – jarenlange – verantwoordelijkheid wilt nemen. Dat is een taak voor de ouder; je kunt de volledige zorg voor een huisdier nu eenmaal niet overlaten aan kinderen. Dat neemt overigens niet weg dat je kinderen niet nauw kunt betrekken bij de verzorging. Een peuter kan heel goed het drinkwater van de poes verversen en een achtjarige kan helpen bij het verschonen van de kooi. Op deze manier leren kinderen omgaan met dieren en zo wordt een goede basis gelegd. Als blijkt dat het houden van een huisdier binnen het gezin niet mogelijk is, dan zijn er ook prima alternatieven. Misschien hebben opa en oma wel een hondje of kat? Of de buren? Zelfs een dier op de kinderboerderij kan fungeren als maatje.”.
Terug naar voor ouders pagina / Terug naar welk huisdier past bij u pagina